Itterbeek

BROUWERIJ TIMMERMANS
Kerkstraat 11 – 1701 Itterbeek
www.brtimmermans.be

In Itterbeek was al in 1686 een brouwerij bekend. In 1836 waren er 3 en in 1937 nog 2.
Op enkele kilometers van het centrum van Brussel, in Itterbeek, produceert Brouwerij Timmermans Lamiek, en dit al meer dan 225 jaar, namelijk sinds 1781. De brouwerij, die door Jacobus Walravens werd draaiende gehouden, was toen gekend onder de naam Brouwerij “De Mol” en was niet alleen een brouwerij, maar ook een boerderij, fruitkwekerij, mouterij en café. Begin de 20ste eeuw wijzigde Paul Van Cutsem, schoonzoon van Frans Timmermans (5de generatie) de naam in “Brouwerij Timmermans”. Timmermans behoudt zijn authenticiteit en vakmanschap terwijl het geniet van de unieke expertise van Anthony “Martin’s Finest Beer Selection”, waartoe de brouwerij al sinds 1993 behoort.

Lambiek wordt bekomen door een natuurlijke spontane gisting, door inwerking van micro-organismen welke enkel in de Zennestreek voorkomen. De 2 belangrijkste zijn: Jonge lambiek (9 – 12 maanden rijping) en Oude lambiek (12 – 36 maanden rijping). Op het einde van de 19de eeuw vermengde iemand oude lambiek met jonge. De geuze was geboren. “Kriek” is de geuze die gemaakt is van lambiek waaraan krieken werden toegevoegd.

Groepen kunnen, op afspraak, een geleid bezoek aan de brouwerij krijgen. Maar ook seminaries en recepties kunnen er plaatsvinden.

 

HOF TE ROME
Roomstraat – 1701 Itterbeek

Deze hoeve is alleen over Itterbeekse straten te bereiken, maar ligt niet op Itterbeeks grondgebied. Als een scherp mes steekt ze tussen de gronden links en rechts die wel tot Itterbeek behoren.

In een akte van 1259 worden de goederen opgesomd van de kerk van Sint-Pieters-Leeuw. Onder de titel “de bonis in Brabantia” (over de bezittingen in Brabant) is vermeld dat er op 1 mijl afstand nog gronden gelegen zijn “in parrochia de Pedhen et Itterbeke”. Onder de cijnsplichtigen worden Michaël van Pede vernoemd en Joannes “dictus (genaamd) de Roma”.

De (grote) schuur draagt het jaartal 1857 door middel van uitstekende bakstenen. Op deze grote vierkantshoeve wordt voornamelijk aan veeteelt gedaan. Met de eigen melk wordt een groot aantal hoeveproducten gemaakt, die in het goede seizoen dan ook ter plekke kunnen geconsumeerd worden.

 

OPENLUCHT-BRUEGELMUSEUM

Dit openluchtmuseum is uniek in de wereld: nergens anders kan men, binnen enkele uren, het hele oeuvre van Pieter Bruegel de Oude beter ontdekken. Hier staan 19 grote, kleurvaste en weerbestendige reproducties van zijn mooiste schilderijen, uit 11 musea. In eigen land zijn maar weinig werken gebleven. De belangstelling voor dit openluchtmuseum is groot, ook vanuit het buitenland. Zelfs Japanners komen er op af…

Bruegel woonde de laatste 10 jaar van zijn leven (tot 1569) in Brussel. Hij vond veel inspiratie in de Pedevallei. Op meerdere van zijn schilderijen komen elementen uit de streek voor (de kerken van Sint-Anna-Pede, van Itterbeek en Dilbeek, de watermolen van Sint-Gertrudis-Pede en nog veel meer).

In 2004 plaatste de gemeentelijke vzw Dilbeeks Erfgoed 12 reproducties van landschappen, langsheen een wandeling van 7 km vanuit Sint-Anna-Pede (en terug), dus in het landschap dat Bruegel heeft geschilderd. “Grote kunst in een mooie natuur”.

Bruegel was (en is?) wel de grootste landschapsschilder van West-Europa; hij schilderde als eerste het landschap om het landschap, de natuur om de natuur, niet als decoratie. Vele generaties van schilders hebben hem nagevolgd. Ook Rubens probeerde het, maar met minder glans. Bruegel werd niet alleen nagevolgd, hij werd ook op grote schaal gekopieerd, vooral door zijn 2 zonen. In die tijd was dat zeer gebruikelijk. Van zijn “winterlandschap met vogelknip” bestaan meer dan 120 gekende kopieën.

De landschappen van Bruegel worden als absolute meesterwerken aangezien. Maar Bruegel was een uitzonderlijk genie: hij werkte alleen, zonder hulp. Andere grootmeesters hadden in hun atelier specialisten (voor bloemen, dieren…). Bruegel deed het allemaal zelf. Hij schilderde ook alles perfect, of het nu blinde ogen waren, of hondenrassen of bloemen en planten. Bruegel schilderde ook nog vele andere thema’s (kinderspelen, volksspreuken,…). Naast zijn “Parabel van de blinden” is ook de “Boerenbruiloft” zeer bekend.

Bruegel schilderde alles “naar ’t leven”, zoals het er werkelijk aan toeging: boeren aan het werk of aan het feesten. Geen grootse, imposante taferelen, geen rijke lui in hun beste pak. Met kritiek op de wreedheid van de overheid in de godsdienstvervolging (de ongenadige Inquisitie, Alva…) en op de onverschilligheid van zijn medemensen. Met oog voor de miserie van de plattelandsbevolking die het uitermate moeilijk had. De winters waren erg streng (de tijd van Bruegel was een kleine ijstijd). Oogsten werden vernield door legerbenden. Zelfs op de “Boerenbruiloft”en op de “Boerenkermis” laat Bruegel niemand lachen; niemand had daartoe een reden… Terecht wordt Bruegel aangezien als dé humanist onder de schilders. Onterecht wordt zijn naam (in het Pajottenland vooral al te vaak) verbonden aan pensenkermissen.

Een Bruegelbrochure met informatie over de 19 reproducties (Nederlandstalig of meertalig) is verkrijgbaar voor € 3 aan het onthaal in de Kasteelhoeve (de Heetveldelaan 4, 1700 Dilbeek) of bij de dienst cultuur en toerisme (d’Arconatistraat 1, 1700 Dilbeek). De wandelfolder is gratis te verkrijgen.

De DVD ‘Bruegel in het Pajottenland’ bestaat uit twee delen. Het eerste deel geeft commentaar bij een zeer goed overzicht van de 19 reproducties van het Openlucht-Bruegelmuseum. Het tweede deel toont een keuze aan prachtige landschappen en bezienswaardigheden in het Pajottenland. De DVD (NL, FR, EN, DE) is verkrijgbaar tegen € 5 aan het onthaal van de Kasteelhoeve of bij de dienst cultuur en toerisme.

 

SINT-ANNAKERK
Herdebeekstraat 176 – 1701 Itterbeek
 – beschermd bij RB 19.07.1948

Het Sint-Annakerkje van nu is een juweeltje van uitzicht en verhoudingen. Het is bovendien zeer schilderachtig gelegen, midden een voormalig kerkhof en omgeven door een bomenkrans.

De kerk is hoofdzakelijk opgetrokken in zandsteen (ook uit de plaatselijke “steenpoelen”) met opvallende “speklagen” van baksteen. Die kleurvariatie draagt bij tot de schoonheid, die jaar na jaar vele schilders blijft aantrekken.

Het kerkje is wereldberoemd geworden omdat het voorkomt op “de parabel van de blinden” van Pieter Bruegel de Oude. Waarschijnlijk heeft Bruegel daar echt nog blinden gezien?

 

 

 

 

SINT-PIETERSKERK
Kerkstraat 45 –1701 Itterbeek
 – beschermd bij KB 25.03.1938

De kleine, maar sierlijke en stemmige Sint-Pieterskerk, met een ommuurd kerkhof, bevindt zich op het dorpsplein. Volgens kenners is het een van de mooiste kerken van het Pajottenland. Ze is opgetrokken in zandsteen uit de plaatselijke “steenpoelen” en werd gebouwd in verschillende fasen. Ze omvat een westertoren, een driebeukig schip, een dwarsbeuk (transept), twee dwarskapellen in de zuiderbeuk en een koor met aanpalende sacristieën.

 

SPOORWEGVIADUCT

Roomstraat – 1701 Itterbeek – beschermd bij MB 15.03.2004

Na de eerste wereldoorlog voldeed de oude spoorlijn van Brussel naar Gent, over Dilbeek, Aalst en Wetteren, niet meer. Men wilde een korte, snelle verbinding, zonder overwegen, met lange, rechte stukken.

Die nieuwe spoorlijn kwam over Itterbeek, meer bepaald over Sint-Anna-Pede. Daar was de vallei van de Pedebeek zomaar 21 meter diep. Dus moest een talud van die hoogte worden aangelegd. Of er moest een brug worden gebouwd. Gewapend beton was de oplossing: pijlers in halfgewapend beton en bogen in gewapend beton. De paalfunderingen werden ondergronds verbonden met gewapende betonbalken. Er bevindt zich dus bijna evenveel beton onder de grond als erboven.

Eind 1932 was alles voltooid: een viaduct 28 meter hoog en 520 meter lang, met 16 bogen (in de volksmond “de 17 bruggen” genaamd…). Net op tijd voor de wereldtentoonstelling van 1935 in Brussel. Dat viaduct was toen een van de langste van het land.

In 2009 werd gestart met de verbreding van de spoorlijn naar 4 sporen, voor de uitbouw van het Gewestelijk Expresnet (GEN).