Schepdaal

BROUWERIJ DE NEVE
Isabellastraat 50 – 1703 Schepdaal

Brouwerij De Neve was een bedrijf waarvan de brouwtradities teruggingen tot in 1772. In 1975 werd de brouwerij overgenomen door de toen nog onafhankelijke brouwerij Belle-Vue van Constant Van den Stock. Er werd niet alleenDe Neve ©Tine Van Wambeke KL lambiek gebrouwen (en de daarmee verbonden productie van geuze en fruitbieren), maar ook bier van hoge gisting zoals Neval Kadet en Special Neval.

Na de overname van Belle-Vue door Interbrew werd in Schepdaal ook een tijd het versnijbier Jack-Op gemaakt. In het begin van de jaren 1990 ging de brouwerij toch onherroepelijk dicht en was België weer een authentieke lambiekbrouwerij armer.

De gebouwen kwamen in 1994 in handen van de gemeente, die ze tijdelijk als opslagruimte gebruikte. In 2005 werd de brouwerij opnieuw verkocht aan een projectontwikkelaar. Architectenbureau De Bouwerij uit Ternat en A33 Architecten uit Leuven bouwden de brouwerij om tot een wooncomplex met een semipublieke binnenkoer en commerciële ruimtes. Uit respect voor het dorpsgezicht werd de gevel met oorspronkelijk opschrift en Mariabeeldje bewaard.

 

BROUWERIJ EYLENBOSCH
Ninoofsesteenweg 774-776 – 1703 Schepdaal

Langs de drukke Ninoofsesteenweg staat de verlaten brouwerij Eylenbosch, sinds de overname door Mort Subite in 1989. De brouwerij werd gebouw rond een centrale binnenkoer. Het gebouwencomplex is het resultaat van diverse bouwcampagnes doorheen de jaren.

Na jaren van verval is het de bedoeling dat brouwerij Eylenbosch gerenoveerd zal worden. Over de bestemming is nog niets beslist. Waarschijnlijk zal een deel voor commerciële functies gebruikt worden, maar het grootste deel zal vermoedelijk voor huisvesting gerecupereerd worden.

 

SINT-GERTRUDISKERK
Isabellastraat 36 – 1703 Schepdaal

De neo-gotische kerk vervangt een oude kapel, die al vermeld werd in 1380. Rond 1536 werd deze wegens de bevolkingsaangroei vergroot, met de steun van de adellijke families Pipenpoy en Bossuyt.

In 1798 moesten de inwoners zelf, op bevel van de Franse overheid, het bedehuis met de grond gelijkmaken. Een nieuwe kapel, gebouwd begin 19de eeuw op de oude grondvesten, werd in 1898 vervangen door de huidige kerk. Zij vertoont duidelijke invloeden van de art-deco. De doopvont en een beeldje van Sint-Joris verwijzen nog naar het voormalige kerkgebouw. De muurschilderingen op de triomfboog voor het koor, werden in de jaren 1990 overschilderd. Zij verbeeldden een Lam Gods en twee herten, die zich laven aan de eeuwige bron.

 

SINT-RUMOLDUSKERK
E. Eylenboschstraat z/n – 1703 Schepdaal

De kerk werd gebouwd op de plaats van de eeuwenoude H. Kruiskapel tussen 1849 en 1853. De kapel bezat een relikwie van het Heilig Kruis, die door een plaatselijk ridder zou meegebracht zijn na een kruistocht. Zo werd zij een bedevaartsoord, waar men bad tegen hoofdpijn en roos. In 1803 kreeg de H. Kruiskapel Sint-Rumoldus als patroonheilige. Door het concordaat tussen de Kerk en de Franse overheid werd toen een nieuwe omschrijving van de parochies ingevoerd.

In 1849 werden de plannen voor een nieuwe kerk van architect Spaak, bouwmeester en opzichter van de openbare werken van de provincie Brabant, goedgekeurd. De plattelandskerk van Wolvertem stond model voor de gevel. Het neo-gotisch karakter ervan merk je vooral in de drieledigheid van die gevel. Het orgel, dat in 1872 vervaardigd werd door Anneessens uit Geraardsbergen, werd op 9 juli 1994 vernield door een brand en is vervangen door een nieuw exemplaar, gebouwd door Herman Wouters uit Kontich. Het nieuwe orgel werd vooraan in de kerk opgesteld.

De glasramen dateren uit de periode 1931-1932 en werden geschonken door Schepdaalse families en door de kerkfabriek. Op het raam, geschonken door de familie Appelmans, staat een afbeelding van haar boerderij, die gelegen was op de hoek van de Geraardsbergsestraat en de Appelmansstraat. In 2003 werden achteraan drie nieuwe glasramen geplaatst. Zij zijn verwezenlijkt door Maurits Nevens. Dat gebeurde naar aanleiding van de viering van tweehonderd jaar parochie en honderdvijftig jaar kerkwijding. Het middelste glasraam is een herinnering aan de vroegere H. Kruiskapel en stelt een gekruisigde Christus voor met onderaan de afbeelding van de vroegere kapel.

 

TRAMSITE SCHEPDAAL
Ninoofsesteenweg 955 – 1703 Schepdaal – beschermd bij MB 09.07.1993

www.herita.be

Een topattractie langs deze Ninoofsesteenweg is de Tramsite in Schepdaal. Deze voormalige stelplaats van de Buurtspoorwegen laat de bezoeker kennismaken met een pareltje van industriële archeologie.

In 1887-1888 bouwde de NMVB (Nationale Maatschappij voor Buurtspoorwegen) een tramstelplaats in Schepdaal. Hier vond het rollend materieel van de buurttramlijn Brussel-Schepdaal een onderkomen. De Buurtspoorweglijn Ninove-Brussel is een van de eerste die aangelegd werd in Brabant en volgde de steenweg tussen Brussel en Schepdaal. De eerste rijtuigen reden hier in 1887. In 1962 werd de stelplaats afgeschaft en kwam er een museum over het buurtspoorwegverkeer in het algemeen en in Vlaams-Brabant in het bijzonder. Rond 1970 reed hier de laatste tram en werd de dienst overgenomen door de lijnbus.
De stelplaats te Schepdaal kende decennialang een intense bloei dankzij een omvangrijk reizigers- en goederentransport maar deze activiteiten kwijnden weg door de uitbouw van een grotere en modernere stelplaats in Dilbeek.

De stelplaats van Schepdaal, dat thans het trammuseum herbergt, is het oudste in België en vrijwel onveranderlijk gebleven typisch landelijke buurtspoorwegstation. De verzameling locomotieven en rijtuigen zijn zeker een bezoek waard.

De site is erg compleet, met een stationsgebouw, een watertoren, een zandoven, een lampenmagazijn, een smidse en drie loodsen. In die loodsen staat een prachtige collectie tramstellen en locomotieven, met als voornaamste pronkstuk het koninklijk rijtuig van Leopold II.

Erfgoed Vlaanderen kreeg de site in 1996 in beheer. Intussen werden dringende instandhoudingwerken en een karkasrestauratie uitgevoerd. Een sterk ontsluitingsconcept heeft ervoor gezorgd dat de site vandaag opnieuw toegankelijk is.

 

WATERMOLEN VAN SINT-GERTRUDIS-PEDE
Lostraat 84 – 1703 Schepdaal – beschermd monument en landschap bij KB 17.04.1975

De enige maalvaardige watermolen van het Pajottenland…
In 1989 werd de Watermolen van Pede, gelegen in Sint-Gertrudis-Pede (Schepdaal), aangekocht door de gemeente Dilbeek. Na een zeer grondige restauratie is de molen sinds 2002 weer maalvaardig. Om de twee weken worden er maaldemonstraties gegeven. In het bakhuis worden soms bakdemonstraties gegeven.

De hondenmolen stond tot 1995 aan een boerderij in Moerbeke bij Geraardsbergen. Een boterhond deed er ongeveer één uur over om een vat boter te karnen en werd na verrichte arbeid beloond met een bord verse karnemelk. In het bijgebouwtje achter het hondenrad bevindt zich het botervat en een kleine verzameling molens voor het huishoudelijk malen van onder andere graan, groenten, vlees en koffie.

Het grote molendomein met zijn spaarvijvers, boomgaard, kleinschalige waterzuivering en weiden is vrij toegankelijk. Een aantal lokalen in het molengebouw kunnen gehuurd worden voor activiteiten met een cultureel-toeristisch of educatief karakter.

Banmolen van het Land van Gaasbeek
In 1392 al werd hij vermeld in een acte: “Sweder van Abcoude, Heer van Gaasbeek, kocht van Arnoul, zoon van Gielelmus van Pede, een heuvel met woningen op de top en met een watermolen aan de voet.”

Volgens sommige bronnen zou Pieter Bruegel de Oude de watermolen in beeld gebracht hebben meer dan 400 jaar geleden, o.a. op de schilderijen “De terugkeer van de kudde” en “De ekster op de galg”. In 1800 werkten in ons land zo’n 3.000 watermolens en evenveel windmolens. Er was één molen per 500 à 1.000 inwoners. Later werd de stoommachine de voornaamste energiebron.

In 1935, na de elektrificatie, waren wind- en watermolens bijna uitgespeeld voor de maalderij. Wel werden ze dikwijls nog in combinatie met andere energiebronnen ingezet. De Pedemolen staakte zijn economische bedrijvigheid definitief in 1965. De laatste molenaar was Jozef Zeghers.